06
april
2021
|
11:59
Europe/Amsterdam

Graafwerken Oosterweel leggen 30 miljoen jaar geschiedenis bloot

Samenvatting

Nu het contract voor de Oosterweelknoop is ondertekend, kunnen de archeologen, historici en geologen zich in de handen beginnen wrijven: deze zomer starten we namelijk al met voorafgravingen. Het archeologisch onderzoek kan reeds beginnen om de hoofdwerken later niet te hinderen en de meest verontreinigde gronden nabij het oppervlak zullen ook al verwijderd worden.

Het diepere graafwerk begint pas binnen enkele jaren. Uiteindelijk graven we tot wel 50 (!) meter diep. Daarbij doorkruisen we verschillende geologische lagen met elk hun eigen merkwaardigheden. Elke geologische laag vertelt het verhaal van zijn tijd. De oudste en dus diepste laag die we zullen aantreffen is zo’n 30 miljoen jaar oud.

Samen met geoloog Kjeld Vandeputte graven we al eens door de verschillende grondlagen. Stap mee in de teletijdmachine van de Oosterweel.

Antropogene afzetting: 0 tot 50 000 jaar geleden

We starten aan de oppervlakte in het nieuwste geologisch tijdperk: het Antropoceen. Dit is het tijdperk waarin de aarde de gevolgen ondervindt van de aanwezigheid van de homo sapiens – of de mens.

Deze laag bevat door de mens gemaakte afzettingen en noemen we binnen ons project de A-laag. A van aanvulling – antropogeen – Antwerps… Het zijn aanvullingen die reeds sinds lang vervlogen tijden door de mens aangebracht werden: ter bevordering van landbouw, terrein bouwrijp maken, de haven infrastructuur, … Een zeer diverse en helaas ook soms zeer verontreinigde grondlaag.

De laag zit vol archeologische informatie waarvan mogelijks nog niet alles is ontdekt. Denk maar aan de Brialmont omwalling (dit is de locatie van de R1 op rechteroever), Fort Pimentel, Noordkasteel, Camp Tophat, … allemaal menselijke restanten uit een ver en minder ver verleden. Wie weet welke verrassingen komen we nog tegen.

Quartaire afzetting: 50 000 - 2,6 miljoen jaar geleden

Onder de A-laag bevindt zich de Quartaire afzetting. Het Quartair is een tijdperk dat recent - althans in geologische termen - begon, zo’n 2,6 miljoen jaar geleden. Het is de start van de ijstijden en snelle klimaatsveranderingen met als gevolg ook snelle zeespiegelstijgingen- en dalingen. De continenten lagen reeds zoals we ze nu kennen. Antwerpen lag regelmatig onder de zeespiegel, dan weer eens aan de rand van grote gletsjers vanuit het noorden, en later aan de rand van de Schelde.

Hierdoor ontstonden kleiige afzettingen met geregeld een veenlaag en nu en dan wat zand. Het veen werd reeds door de Romeinen ontgonnen. Langs de rivier vormt zich ook een natuurlijke dijk. Nu en dan ontstond er een dijkdoorbraak met enorme stroomgeulen en kolken als gevolg: zand en organisch materiaal zet zich af in het omringende slib en dit noemen we een wiel*. Door wat dialecten en verbastering in het Engels komen we aan Wheel en vervolgens Weel. De naam Oosterweel is dus afkomstig van een geologisch fenomeen langs de oevers van de Schelde. Mooi toch?

*Wielen ontstaan daar waar de dijk het zwakst was. Het rivierwater achter de dijk wordt steeds hoger en de druk op de dijk wordt steeds groter. Als de dijk de druk niet meer aan kan ontstaat er een doorbraakgat. Het water dat hier doorheen stroomt, zorgt aan de andere kant van de dijk voor kolkend water. Door de kolkende beweging van het water ontstaat een diep meer. Dit noemen we een wiel.

Tertiaire zanden: 2,6 tot 21 miljoen jaar geleden

Als we dan nog verder graven komen we in de Tertiaire zanden. De Formatie van Lillo is de jongste afzetting onder de Tertiaire zandlagen in ons gebied: zo’n 2,6 tot 5,3 miljoen jaar oud. Ze bestaat uit een licht kleihoudend zandpakket, afgezet op de bodem van de toenmalige Noordzee en zit boordevol fossielen, voornamelijk schelpen maar ook van vissen en andere zeebewoners.

De Formatie van Kattendijk hieronder werd zo’n 5 miljoen jaar geleden afgezet. Het is ongeveer het tijdperk waarin de eerste primaten op aarde verschenen. De laag werd pas bij het uitgraven van het Kattendijkdok in 1860 ontdekt en beschreven. Er komen heel wat mariene fossielen in voor, vooral veel schelpen maar ook beenderen en haaientanden.

Vervolgens graven we door de Formatie van Berchem. Dit is een zandpakket afgezet in de ondiepe zee die het noorden van België zo’n 11 tot 21 miljoen jaar geleden bedekte. Het zand oogt groenig door de aanwezigheid van glauconiet, een klei-mineraal. Ook hier treffen we veel fossiele schelpen en haaientanden aan.

Formatie van Boom: 33,9 - 28,4 miljoen jaar geleden

Tenslotte komen we uit in de Formatie van Boom, de ‘Boomse Kleilaag’. Dit is de onderste en dus oudste laag die bij de graafwerken voor de Oosterweelverbinding wordt bereikt. De Boomse kleilaag is zo’n 30 miljoen jaar oud. Klei-afzettingen zijn typerend voor afzettingen in diepe zeeën. Gedurende een periode van 15 miljoen jaar (43 tot 28 miljoen jaar geleden) was er dan ook een diepe zee waar nu Vlaanderen ligt.

Dat betekent dat we jammer genoeg geen dinoresten gaan tegenkomen want de laatste dinosaurussen zijn zo’n 60 miljoen jaar geleden verdwenen. Het is wel een interessante laag voor wie houdt van wat bling bling. In deze afzetting wordt het mineraal pyriet (Fe2S) aangetroffen, ook wel fool’s gold genoemd.

Waarom dit de onderste laag is? Ze sluit de tunnel hydrologisch af, er kan namelijk geen water doorheen dit ondoorlatende pakket. Dankzij proefmetingen in een proefput die al in 2015 werd gegraven weten we perfect hoe de kleilaag beweegt en hoe we daarop moeten inspelen. We zijn er helemaal klaar voor om de tijdreis ook in het echt te maken.

Is je geologische honger nog niet gestild? Neem dan eens een kijkje op https://www.dov.vlaanderen.be/. Je vindt er alle mogelijke gegevens en inzichten. Wist je trouwens dat alle geotechnische van ons project gegevens hier openbaar inzichtelijk zijn en tegelijk dienen als informatie voor de aannemers